Skip to main content

Aangepaste structuur roei instructie roeivereniging Breda 2023

Dit verslag is geschreven om onduidelijkheden die nu bestaan binnen de instructie weg te nemen en daar waar nodig veranderingen aan te brengen.

Het roeiboek en het theorieboek van de crew class zal inhoudelijk moeten worden aangepast door deze aanpassingen.

Ik begin met een opsomming hoe de instructie nu geregeld is en waar de knelpunten zitten.

Daarna zal ik een voorstel doen hoe de knelpunten voor de toekomst op te lossen.

  1. Zij-instromers
  2. Crew class

Uit 1 en 2 krijgt de vereniging zijn nieuwe leden.

  1. S2
  2. S3
  3. S4
  4. B1, B2, B3
  5. Algemeen

Ad 1. zij-instromers

Een potentiële roeier meldt zich aan. Uit zijn of haar verhaal blijkt dat zij al eerder hebben geroeid. De regeling die nu voor deze roeiers wordt gehanteerd is;

Men krijgt een uitnodiging om te laten zien wat de vaardigheden zijn. Óf indien er niet getwijfeld wordt aan de vaardigheden, krijgt men een afschrijfbevoegdheid die past bij deze vaardigheden.

Knelpunt; we kennen nu wel de praktijkvaardigheden, maar weten niet of de persoon in kwestie op de hoogte is van de huidige regels die binnen onze vereniging gelden.

Voorstel; Om tijdens het introductiegesprek bepaalde onderwerpen aan te spreken zoals; het kennisnemen van het Roeiboek en Huishoudelijk Reglement en niet te vergeten de verplichting om deel te nemen aan clubwerktaken.

Ad 2. crew class

Mensen die deel gaan nemen aan onze crew class cursus betalen hiervoor een geldbedrag. Dit bedrag wordt verrekend wanneer men lid wordt. Dit zal de motivatie hopelijk ten goede komen.

De deelnemers aan de crew class worden opgedeeld in groepen van 5.

Deze 5 cursisten worden steeds door zoveel mogelijk dezelfde instructeur getraind.

Iedere cursist krijgt een leskaart. Op deze kaart worden per onderdeel de vorderingen bijgehouden. Een van de onderdelen is kennis van de theorie en de veiligheid op het water.

Als de cursist op alle onderdelen voldoende scoort kan door de crew class coördinator een afschrijfaccount worden aangevraagd.

De beoordeling zal in eerste instantie worden gedaan door de vaste instructeur van de cursist.

Indien nodig zal er door een tweede instructeur mee beoordeeld worden .

Het toetsen van de theorie gaat als volgt;  de cursist krijgt ongeveer 50 theorievragen per mail toegestuurd. Hoewel de meeste kennis uit het roeiboek te halen is, kan de cursist natuurlijk ook andere bronnen raadplegen en zonder al te veel moeite de  vragen foutloos beantwoorden. Het doel hiervan is om de cursist met de theorie te confronteren en hij/zij moet zelfonderzoekend te werk gaan.

Wanneer de cursist die klaar is met de S1 cursus, aangeeft de S2 of B1 cursus te willen gaan volgen, zal eerst door een instructeur beoordeeld worden of het niveau van de aanvrager voldoende is om een vervolgcursus te beginnen. Wanneer de instructeur het niveau nog onvoldoende vindt, zal de aanvrager zich eerst moeten verbeteren, voordat met de nieuwe cursus gestart kan worden.

Ad 3. S2

S2 is over het algemeen goed georganiseerd, maar heeft veel te maken met kennisdeficiënties veroorzaakt door het aanbod uit de S1 cursus. Zie ad 2.

Met het voorstel uit ad 2. wordt dit probleem getackeld.

Iemand die wil starten met S2 zal eerst moeten laten zien of zijn/haar niveau voldoende is om te kunnen starten. Is het niveau onvoldoende, dan krijgt de cursist oefeningen mee om de roeivaardigheid te verbeteren om het gewenste niveau te bereiken. Hij/zij zal hierbij worden bijgestaan door instructeurs.

Ad 4. S3

Ook S3 draait in de huidige opzet goed en zal dus geen aanpassingen behoeven.

Ad 5. S4

Om te starten met S4 moet men in het bezit zijn van een S3 afschrijfbevoegdheid.

Op deze regel kan in bepaalde gevallen een uitzondering worden gemaakt.

Of deze uitzondering kan worden toegepast zal worden beoordeeld door de instructie commissaris.

Een potentiële deelnemer wordt eerst beoordeeld door de S4 instructeur of zijn/haar vaardigheden voldoende zijn voor deelname.

De theoretische én het praktische kennis en vaardigheden moeten  voldoende zijn om deel te kunnen nemen aan S4. Om goed te kunnen lesgeven is het voor de instructeur van belang dat het niveau van de cursisten in de boot nagenoeg hetzelfde is.

Ad 6. B1, B2, B3

Indien er belangstelling is, zal er op de zelfde manier les gegeven worden als bij S2 t/m S4 het geval is.

Ad 7.

Naast het cursusaanbod van onze vereniging wordt er ook, goed bedoeld, door individuele leden lesgegeven. Deze leden hebben soms geen instructeursbevoegdheid en zijn soms ook niet op de hoogte van het instructiemodel. (zie onderaan dit document) Hierdoor kan het zijn dat cursisten op een onbevoegde roeiplaats in de boot zitten of erger, onbevoegd in een bepaald boottype zitten. Er wordt materiaal gebruikt dat niet voor instructie bedoeld is.

De roei-instructie is hier niet van op de hoogte en kan dus ook de kwaliteit niet bewaken én hiervoor geen verantwoordelijkheid nemen.

Indien een lid les wil geven, kan hij dat doen in de daarvoor toegewezen boten. Of beter nog; nadat hij of zij aan de instructiecommissaris heeft aangegeven les te willen geven. Dan zorgt deze er voor dat dit lid een instructeursbevoegdheid krijgt en wordt opgenomen in het instructeursbestand. Deze nieuwe instructeur geeft ook aan de desbetreffende coördinator door aan wie hij les gaat geven. Zodat diegene op de afroeilijst gezet kan worden.

Een lid mag, mits gekwalificeerd, in het materiaal van RVB meeroeien, maar dan wel op de roeiplaatsen zoals aangegeven in het instructiemodel. (zie hieronder)

Door de aanpassingen in de S1 cursus zie AD2,  wordt alleen nog door de afroeicommissie  S2, S3 en S4, B1, B2 en B3 getoetst.  De manier van toetsen voor deze disciplines zal niet veranderen.

Afgesproken is;

  1. Dat veranderingen voor het beoordelen van S1 kandidaten gelden voor 2023
  2. De instructiecommissaris en afroeicommissie aan het eind van 2023 de aanpassingen evalueren en waar nodig de nieuwe situatie aanpassen.